Posts tonen met het label advies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label advies. Alle posts tonen

vrijdag 25 september 2015

Advies over 104 uur Hulp bij Huishouden



Geachte wethouder Jongerius,

U ontvangt dit ongevraagd advies omdat de Cliëntenraad Wmo Utrecht recentelijk signalen heeft ontvangen dat 78 uur huishoudelijke zorg per jaar als onvoldoende beschouwd kan worden. Zaken als vervuiling door stof of een gladde douche vloer worden genoemd. Als Cliëntenraad Wmo Utrecht vinden wij deze norm dan ook veel te weinig en adviseren wij u een norm van 104 uur per jaar (2 uur per week) te hanteren. Ook is het van groot belang dat er een goed onderzoek plaatsvindt en dat mensen erop gewezen worden dat zij gebruik kunnen maken van een gratis cliëntenondersteuner.

Met hoogachting namens de Cliëntenraad Wmo Utrecht,

maandag 20 april 2015

Ongevraagd advies PGB en Eigen bijdrage



Geachte wethouder Jongerius,


20 april 2015


Mensen met een chronische ziekte of beperking moeten zelf meebetalen aan de voorzieningen die zij nodig hebben. Het Centraal Administratie Kantoor (Cak) berekent de hoogte en int deze eigen bijdragen. Eind februari waarschuwde het CAK dat de eigen bijdrage in 2015 voor iedereen hoger zal gaan worden (zie noot 2). Minimaal 33,3% oplopend tot wel 50% of meer.
Mensen met een minimaal inkomen gaan 33,3 % meer betalen, te weten ruim 7 euro per maand. In de Wmo komt dat uit op 20,61 per maand en in de Wlz wordt het 22,30 per maand. Mensen met een inkomen tussen minimaal en modaal betalen al snel 50 % meer. In de Wlz tot wel 700 Euro per maand. Het Cak stuurt vanaf maart acceptgiro’s aan de mensen om de eigen bijdrage te innen.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning helpt mensen in hun zelfstandigheid en maatschappelijke deelname. Van burgers uit Utrecht horen we berichten dat die eigen bijdrage een gat slaat in hun besteedbaar inkomen en hun mogelijkheden om zelfstandig hun leven in te richten. Het Migranten Meldpunt Utrecht signaleert dat veel migranten op de armoedegrens zitten omdat zij geen volledige pensioen hebben kunnen opbouwen. Het wegvallen van de korting en de bezuinigingen op de huishoudelijke hulp kan ertoe leiden dat mensen gaan afhaken ook al hebben ze de hulp hard nodig. De SOLGU stuurde in november al een brandbrief (zie noot 1) aan de gemeente Utrecht met haar zorgen over de gevolgen van de hogere eigen bijdrage in 2015 en de stapelingen van hogere zorgkosten voor de inkomenspositie van mensen met een beperking en/of chronische ziekte. Zij roept de gemeente op deze mensen financieel te helpen, ook als ze tussen minimaal en modaal inzitten.

Daarom vraagt de Cliëntenraad Wmo in Utrecht de gemeente om onderzoek te doen naar de inkomensachteruitgang van mensen met een beperking en/of chronische ziekte en de gevolgen voor hun zelfstandigheid. Deze informatie kan gebruikt worden bij het nader uitwerken van de inzet van de nieuwe regeling financiële ondersteuning gehandicapten en chronische ziekten in de gemeente Utrecht. In ruil voor de hogere eigen bijdrage geeft het Rijk iedere gemeente vanaf 2015 geld om de pijn te verzachten. De Cliëntenraad vraagt uw inzet om na te gaan of en hoe deze gelden ook beschikbaar gesteld kunnen worden aan mensen met een inkomen tussen minimaal en modaal.
Mensen met een chronische ziekte en//of beperking hebben doorgaans een inkomen onder modaal. De eigen bijdrage regeling is zo ingericht dat juist deze groep het merendeel van de inkomsten uit de eigen bijdragen moet opbrengen. Mensen met een minimaal inkomen ontvangen doorgaans een uitkering rond bijstandsniveau. Een inkomen tussen minimaal en modaal wordt verkregen uit een mager pensioen, een partner met een baantje of middels een bedrijfje. Nu de eigen bijdrage minimaal 33,3 % omhoog gaat wordt het besteedbaar inkomen aangetast vanaf 2015. Het is deze zorg die de Cliëntenraad met u wilt delen.
Er zijn nu drie financiële ondersteuningsmiddelen voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte. Er is de individuele bijzonder bijstand en de inkomenstoeslag. Deze twee regelingen zijn bedoeld voor mensen met een minimaal inkomen. De Cliëntenraad WMO wil u aanraden om na te gaan of de nieuwe regeling financiële ondersteuning gehandicapten en chronische ziekten ingezet kan worden voor mensen met een inkomen tussen minimaal en modaal. Het onderzoek naar de inkomenspositie van mensen met een chronische ziekte en/of beperking in Utrecht kan hiervoor waardevolle informatie opleveren.

In afwachting van een reactie,
 Hoogachtend namens de Cliëntenraad Wmo Utrecht.
Martijn van Andel, voorzitter



Noot 2 CAK en eigen bijdrage pgb
--------------------------------
bron: CAK 24 februari 2015 http://hervorminglangdurigezorg.nl/actueel/nieuws/houd-rekening-met-veranderingen-op-cak-facturen
Houd rekening met veranderingen op CAK-facturen
De hervormingen in de langdurige zorg en jeugd zijn inmiddels een feit, maar de financiële impact wordt voor veel mensen de komende weken duidelijk. Vanaf eind februari landen de CAK-facturen voor de eigen bijdragen. Het CAK verwacht veel vragen en heeft maatregelen getroffen om klanten zo goed mogelijk te helpen.
In de meeste gevallen zal de factuur voor de eigen bijdrage hoger zijn. In een aantal gevallen zal er daarnaast sprake zijn van samenloop van meerdere wijzigingen met verschillende financiële gevolgen. Bovendien kan het zijn dat facturen van het CAK vertraging oplopen, omdat de aanlevering van gegevens van andere partijen (gemeenten, zorgaanbieders) nog niet optimaal verloopt in de nieuwe situatie.
Het CAK heeft maatregelen getroffen om vragen van klanten zo goed en snel mogelijk te beantwoorden. Zo is onder andere de capaciteit van het klant contact center uitgebreid.
Wat verandert er zoal en wat kunt u verwachten

Zorg of ondersteuning thuis: hogere eigen bijdrage
Als u vóór 2015 al zorg thuis kreeg (Wmo of AWBZ) ontving u 33 procent korting op de eigen bijdrage. Deze korting (‘Wtcg-korting’) was terug te vinden op de factuur. De korting is per 2015 afgeschaft; dit betekent dat u meer gaat betalen voor dezelfde zorg. Houd rekening met een verhoging van 50 procent. Vanaf maart ontvangt u de eerste factuur over de eigen bijdrage van 2015. Om alvast een inschatting te maken van de hoogte van uw eigen bijdrage, kunt u gebruik maken van de rekenmodules.
Wmo 2015: mogelijke vertraging van facturen
Voor correcte en tijdige facturen is het CAK o.a. afhankelijk van gegevens van gemeenten en zorgaanbieders. Net als het CAK hebben deze partijen veel veranderingen moeten doorvoeren als gevolg van de wetswijzigingen en hebben te maken met nieuwe software, processen en afspraken. Het CAK verwacht dat dit in de eerste periode van 2015 kan leiden tot vertraging en/of onvolledige aanlevering. Het kan gebeuren dat u hierdoor te maken krijgt met eigen bijdragen voor meerdere periodes op één factuur in geval van vertraging. Of u ontvangt correctiefacturen in geval van een eerdere onvolledigheid in de aanlevering. Hebt u vragen over uw factuur, neem dan contact op met het CAK.
Wlz: Eigen bijdrage pgb
Het CAK int vanaf 1 januari 2015 de eigen bijdrage voor het pgb. Voorheen was de eigen bijdrage al ingehouden op het pgb. Vanaf 1 januari is dit niet langer het geval en stuurt het CAK hiervoor een aparte rekening.

De inning van de eigen bijdrage staat los van de uitbetaling van de pgb’s door de SVB, waar nu zoveel om te doen is. Het CAK krijgt de informatie op basis waarvan de eigen bijdrage voor het pgb berekend wordt via de zorgkantoren en de gemeenten. Het CAK snapt dat het voor klanten verwarrend is als de CAK-factuur al komt voordat betaling van de zorgverlener heeft plaatsgevonden. Daarom is besloten de facturen voor de eigen bijdrage pgb Wlz niet al in februari, maar in maart te versturen. Op deze factuur staat de eigen bijdrage vanaf januari. Houd er dus rekening mee dat met deze eerste factuur meerdere maanden worden gefactureerd. Na deze eerste factuur ontvangt u maandelijks een factuur. Kunt u de eerste factuur niet in een keer betalen? Neem dan zodra u de factuur hebt ontvangen contact op met het CAK. U kunt dan een betalingsregeling met hen afspreken.
Wmo 2015: Verschillende berekeningen door overgangsrecht
De berekening van de eigen bijdrage voor voormalige AWBZ-zorg thuis is als gevolg van overgangsrecht niet altijd precies gelijk aan de berekening voor dezelfde zorg of ondersteuning in de Wmo. Mocht u vragen hebben over de berekening van de eigen bijdrage, neem dan contact op met het CAK.
Contact met het CAK
Bovenstaande gevallen zijn enkele voorbeelden van situaties die kunnen leiden tot onduidelijkheid voor klanten. Bij grootschalige wijzigingen in wet- en regelgeving doen zich in de praktijk vaak nog onverwachte situaties voor. Ook hierop is het CAK in capaciteit voorbereid. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met het CAK.
Geplaatst op: 24 februari 2015

dinsdag 17 maart 2015

Ongevraagd advies over HbH



Geacht college,

Hierbij een ongevraagd advies van de Cliëntenraad-Wmo aan het College over de uitvoering van de Hulp bij het Huishouden die onder de nieuwe Wmo op 1 januari 2015 ingaat.
Ook onze opmerkingen over de gevolgde procedure.

  1. Wij hebben altijd begrepen dat op basis van de Wmo 2015, de Utrechtse Verordening Wmo 2015 en de Utrechtse Beleidsregels 2015, in nauwe dialoog met de klant een onderzoek plaatsvindt. Het gaat om “vraagverheldering, het bepalen van doelen en het bespreken van mogelijke oplossingen. De resultaten worden vastgelegd in een verslag of ondersteuningsplan en wordt (indien de klant dat wenst) ondertekend door klant en medewerker. Klant ontvangt een exemplaar van het verslag of ondersteuningsplan. Tijdens dit proces is cliëntondersteuning geborgd. Deze expertise is ruim aanwezig in de buurtteams. Indien nodig kunnen klanten in aanvulling hierop een beroep doen op een vertrouwenspersoon via U-Centraal” (Utrechtse Beleidsregels 3.2.). Ook kan de cliënt zich bij het gesprek bij laten staan door een familielid of vertrouwenspersoon (Utrechtse Verordening 2.1.1.  punt 5.).
  2. Nu blijkt dat in veel gevallen de herindicaties schriftelijk of telefonisch hebben plaatsgevonden zijn de onder punt 1 genoemde randvoorwaarden niet vervuld. Ook indien gesprekken hebben plaatsgevonden bestaat bij ons de indruk dat aan de genoemde voorwaarden maar gedeeltelijk is tegemoet gekomen.
  3. Ook horen wij geluiden dat de verslaglegging niet of te summier is gedaan. Er is meestal weliswaar sprake van een gemotiveerde beschikking (zie beleidsregels 3.2.), maar niet van een verslag waarin de bevindingen van zowel medewerker als cliënt zijn weergegeven, alsmede het eventuele ondersteuningsplan (zie Verordening 2.1.2. punt 1.).
  4. Dat er nu achteraf een gemeentelijk meldpunt is geopend en dat klanten een huishoudcoach kunnen vragen hen bij de veranderingen bij te staan, is toe te juichen. Maar onverlet blijft dat de gemeente de eigen regels niet of onvoldoende heeft nageleefd.
  5. Wij adviseren u daarom met klem het hele proces per klant zorgvuldig na te lopen en waar nodig en gewenst alsnog het nodige onderzoek te doen, zowel bij degenen die bezwaar  / beroep hebben aangetekend als bij degenen die dit niet hebben gedaan. Dit zou een rol kunnen zijn van de nieuw te installeren huishoudcoaches en anders horen we graag van u wie deze rol gaat vervullen.
  6. Ook adviseren wij dat er een heldere beschrijving komt van de procedures:
    1. wanneer wordt welk gesprek (onderzoek) bij de klant gedaan,
    2. door wie (functie en eisen),
    3. waaraan moet het gesprek (onderzoek) voldoen (waar wordt naar gevraagd),
    4. hoe (thuis, telefonisch, digitaal),
    5. met hulp van wie (cliëntondersteuning),
    6. waaraan moet het verslag voldoen,
    7. wat zijn de mogelijke consequenties van de procedure (wanneer wordt bijvoorbeeld een maatwerkvoorziening voorgesteld). Daarbij zouden we graag zien dat er (meetbare) resultaten benoemd worden: ook bij de aanvullende modules.

Daarbij is van belang dat periodiek gecontroleerd wordt hoe het zit met de geleverde kwaliteit door de zorgaanbieders. Bijvoorbeeld door op 1 juli a.s. een onderzoek plaats te laten vinden, waarbij een onafhankelijk bureau gaat kijken of de resultaten zoals een schoon en leefbaar huis worden behaald en of er daarbij een verschil is tussen de verschillende aanbieders. Zo kun je ook zien of de ene aanbieder het beter doet dan de andere.  Daarbij moeten afspraken gemaakt worden dat dit periodiek gebeurt. Zo kan de kwaliteit het beste geborgd worden. 

  1. Verder zijn er al jarenlang  klachten dat bij de verstrekking van huishoudelijke hulp de hulpverleners vaak te laat komen, te vroeg weggaan, op het laatste moment afzeggen zodat vervanging niet meer mogelijk is. Nu 78 uur per jaar (1,5 uur per week) uitgangspunt is, is de rek eruit. Die 1,5 uur moeten volgens ons gegarandeerd worden. Als de hulp bijvoorbeeld 10 minuten te laat komt, moet hij/zij ook 10 minuten langer blijven. Als zonder vervanging wordt afgezegd, moet die 1,5 uur worden ingehaald. Onze vraag is: is dit duidelijk met de betreffende hulporganisatie afgesproken? Zo niet, dan moet dat volgens ons alsnog gebeuren.
  2. Tot slot vragen wij ons af hoeveel personen die tot nu toe gebruik hebben gemaakt van de Wmo huishoudelijke hulp, zich nu hebben teruggetrokken en waarschijnlijk particulier huishoudelijke hulp hebben geregeld. En hoeveel mensen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tegen een laag tarief extra uren bij de gemeente in te huren? Zijn daar bij u cijfers over bekend?

Over de gevolgde procedure willen we nog graag dit kwijt:

De Cliëntenraad Wmo is niet gehoord over de 78 uur per jaar HbH. In de Commissiebrief (d.d. 11 juli 2014) wordt voor het eerst gesproken over 78 uur HbH per jaar. De Cliëntenraad Wmo kreeg midden in de zomerperiode drie dagen tijd om te reageren. Dat is geen manier om inspraak te geven. Wij zijn wij wel gehoord in de Verordening en de Beleidsregels, maar niet m.b.t. de 78 uur.

Namens de Cliëntenraad Wmo, Martijn van Andel, voorzitter.

maandag 1 september 2014

Advies CR over Wmoverordening 2015


Utrecht, 1 sept. 2014

Cliëntenraad Wmo Pv6,

College van B&W Utrecht,
Postbus 16200,
3500 CE Utrecht.

Betreft: Verordening Wmo 2015, advies van Cliëntenraad Wmo Pv6,

Geacht College,

Dit advies gaat over de Wmo verordening 2015. In samenhang met de verordening worden ook de wettekst Wmo 2015[1], VNG modelverordening[2] en het gemeentelijke uitvoeringplan Meedoen naar Vermogen[3] (MnV) hierbij betrokken. Daarnaast wordt de uitvoeringsnota Werken aan Werk[4] ook nog aangehaald. U krijgt van ons op deze wijze een samenhangend advies over de Wmo verordening 2015.

Het eerste punt gaat over een tegemoetkoming als gevolg van de meerkosten die gemaakt worden door een chronische ziekte of handicap. Volgens de wettekst (art,2.1.7) mag er een tegemoetkoming worden verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Hierover is in de verordening Wmo 2015 of het beleidsplan Meedoen naar Vermogen niets terug te vinden.
 
Dit brengt ons direct naar het tweede punt. Omdat niet iedereen de wet bij de hand zal hebben, adviseren wij u om bij de verordening een losse gedateerde hulppagina te voegen waarin de tekst van het betreffende wetsartikel wordt vermeld. Net als de toelichting op de verordening zal deze hulppagina juridisch geen deel uitmaken van de verordening.

Om (juridische) misverstanden te voorkomen: Art. 1.1 Definities, sub 23: ‘c.q’ of wel Casu quo betekent niet ‘dan wel’, maar ‘in het geval dat’. Ons voorstel is om "dan wel" te gebruiken of komma’s zoals elders in dit artikel.

Over Artikel 2.1.2. Verslag, adviseren wij u de betreffende artikelen aan te scherpen en de cliënt uitdrukkelijk te betrekken bij het maken van en instemmen met het verslag dat door de medewerker wordt gemaakt. Wij stellen voor dat de cliënt het concept verslag en eventueel ondersteuningsplan leest en bij instemming meeondertekent. Indien de medewerker en de cliënt het niet eens kunnen worden, ondertekent de medewerker alleen, maar geeft duidelijk aan waarom de cliënt niet heeft ondertekend. Ook moet volgens ons in alle gevallen de cliënt het verslag ontvangen zodat hij/zij er ook bij toekomstige vragen en onverhoopt bij een bezwaar- of een beroepsprocedure over kan beschikken. In verband hiermee adviseren wij ook dat in het derde lid de woorden 'kan...stellen' vervangen worden door 'stelt'. Ons advies voor de tekst luidt:

Artikel 2.1.2. Verslag

1. De medewerker maakt van het onderzoek een verslag, waarin deze de bevindingen van zowel de medewerker als de cliënt weergeeft, evenals het eventuele ondersteuningsplan. De cliënt krijgt het concept verslag te lezen, kan suggesties doen voor de tekst en wordt gevraagd de stukken mede te ondertekenen. Indien hij/zij dit niet wil doen, wordt de reden hiervan in het verslag vermeld.
2. De medewerker verstrekt het verslag na afronding van het onderzoek aan de cliënt en wijst erop dat het van belang is dat de cliënt dit verslag bewaart omdat het bij toekomstige discussie over de gang van zaken een belangrijke rol kan spelen.
3. Het college stelt beleidsregels over de methodiek en de procedure waarmee het verslag tot stand komt.

Hoe diverse partijen (buurtteam, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, etc.) kunnen samenwerken is  zowel in de wettekst (art. 2.3.2., f) als in de modelverordening (19/53) te vinden. In de modelverordening wordt geadviseerd “om een percentage van het budget te reserveren voor de inzet van de wijkverpleegkundige in het sociale wijkteam (buurtteam sociaal in het Utrechtse geval), en de uitvoering van sociale en preventieve taken.” In het beleidsplan staat wel een hoofdstuk over samenwerking (5.3.), maar niet over reservering van budgetten. In de verordening wordt er over deze samenwerking niets vermeld.

Ook vinden we in de verordening niets terug over begeleiding op de participatieladder, de overgang van vrijwilligerswerk naar vormen van betaald werk. Dit is een overgangsgebied tussen de Wmo en de Participatiewet (arrangement 4). Hoe worden mensen die potenties hebben om betaald werk  te verrichten begeleid vanuit de Wmo? Hoe liggen de verantwoordelijkheden op dit vlak?

In Artikel 5.1 wordt bij de Kwaliteitseisen over Veiligheid geen uitspraak gedaan over Toegankelijkheid (van gebouwen). Ons advies is om dit wel te doen en te blijven denken in het kader van Agenda 22[5]. Verder stelt de Cliëntenraad Wmo voor om 5.1.6-8 aan te scherpen. Er moet in de verordening een onafhankelijk klanttevredenheidsonderzoek opgenomen worden. Wat klachten betreft gaat het vooral om de inhoud en hoeveel klachten gegrond of ongegrond zijn verklaard. In lid 12 van dit artikel staat dat het College beleidsregels opstelt. De tekst in de verordening moet hier niet onnodig vaag zijn. 

Daarop aansluitend staat in Artikel 5.4, lid 6: 'Het college kan de cliëntenorganisatie(s) ondersteunen bij de uitoefening van haar taken.' In de wettekst staat echter onder art.2.1.3 lid 3: 'worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen'. Om de tekst van de verordening aan de Wmo te laten voldoen moet 'kan...ondersteunen' vervangen te worden door 'ondersteunt'.

De continuïteit tussen jeugd en volwassen is ook een vraag. Hoe zit het als je 18 bent geworden en nog hulp nodig hebt? Daarnaast vraagt de Cliëntenraad Wmo zich af in hoeverre mensen keuzevrijheid hebben in de (cultuursensitieve) hulpverlener.

Als het om regionale samenwerking gaat, zien we dit bij AMHK en beschermd wonen, maar niet op het gebied van dagondersteuning (MnV, p.25). In MnV gaat het met name om ouderen. In artikel 1.1.10 van de verordening gaat het ook om mensen met NAH. In de wettekst (2.6.1-1) staat dat regionale samenwerking mogelijk is. Dat is een goede uitkomst voor de specialistische hulp die gegeven wordt aan mensen met NAH of bijvoorbeeld afasie. Hoe specialistischer de hulp, des te kleiner de doelgroep vaak is. Beide doelgroepen zijn goede voorbeelden voor de gemeente Utrecht.

In de modelverordening van de VNG worden gemeente geadviseerd om aan te geven welke voorzieningen algemeen zijn en welke een maatwerkvoorziening (p 26/53). Dit heeft onder andere met de stapeling van (meer)kosten te maken. Algemene voorzieningen zullen goedkoper zijn voor de gemeente, maar soms duurder voor gebruikers. Deze voorziening valt buiten de eigen bijdrage berekeningen van het CAK, waardoor er snel een ongewenste stapeling van kosten ontstaat.

Namens de Cliëntenraad Wmo Pv6 met hoogachting,
Martijn van Andel,
Voorzitter.

 



[1] Staatsblad 2014 nr. 280
[2] VNG conceptmodelverordening kenmerk ECSD/U201400833
[3] Uitvoeringsplan Meedoen naar Vermogen 15 juli 2014
[4] Werken aan Werk, Uitwerkingsnota Participatie en Inkomen 2014
[5] https://iederin.nl/downloads/dl.php?l=208_2003_Agenda_22_voor_gemeenten.pdf.